Niet zelden wordt de Nederlandse verzekeringsbedrijfstak
als traditioneel en conservatief betiteld. Des te opmerkelijker mag het
worden genoemd dat de eerste Europese 'Internetverzekeraar' uit Nederland
komt. Sinds deze zomer is het namelijk mogelijk om als klant on-line een
verzekering af te sluiten bij de Ineas Insurance Company NV.
Directievoorzitter mr. Niek Ligtelijn van Ineas spreekt overigens zelf
liever van een (internationale) 'interactieve' maatschappij.
"Internet is voor ons geen doel, maar slechts een middel."
Niek Ligtelijn is in de verzekeringsbedrijfstak geen onbekende. Hij is
verzekeringsdirecteur/manager in zes Europese landen geweest en was
laatstelijk als directeur bij Fortis in dienst. "Daarvoor heb ik voor
Engelse, Amerikaanse en Beneluxbedrijven her en der in Europa gewerkt en
daardoor heb ik de ontwikkeling van de Europese binnenmarkt van nabij
meegemaakt. Daarnaast ben ik altijd geïnteresseerd geweest in
informatietechnologie. En juist de combinatie van de interne markt en de
e-commerce is een heel sterke en het leek me een unieke kans om daarop in
te springen."
Blanco bladzijde
Met name door zijn werkervaring (Ligtelijn was ook commissielid bij
het Comité Européen des Assurances) zag Ligtelijn tweeënhalf jaar
geleden langzaam maar zeker een gat in de markt ontstaan. Hij werkt zijn
eerste gedachten verder uit, en gaat op zoek naar een voorbeeld dat model
kan staan voor zijn maatschappij. Dan blijkt dat verzekeraars wereldwijd
slechts mondjesmaat gebruikmaken van Internet; er worden op dit moment nog
maar enkele verzekeringsproducten via het netwerk verkocht. Ligtelijn zal
met andere woorden het wiel zelf moeten uitvinden -en begint een
uitgebreide studie, waaruit al snel dertig onderwerpen rollen, die van
belang zijn bij het optuigen van een nieuwe maatschappij. Te denken valt
bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van een marketingstrategie, het
organiseren van een back-office en het analyseren van allerlei items die
belangrijk zijn bij informatie, communicatie en technologie. Daarnaast
richt Ligtelijn zijn aandacht onder meer op de Europese consument en komt
tot de ontdekking dat deze minder loyaal en kritischer wordt, zich minder
hecht aan vaste structuren en bovendien hoger opgeleid, ouder en steeds
vaker een vrouw is.
Ligtelijn onderzoekt alle randvoorwaarden en praat vervolgens met heel
veel mensen. Zowel binnen de verzekeringsbedrijfstak als daarbuiten,
bijvoorbeeld met overheden en toezichthouders. Gaandeweg krijgt hij steeds
meer het idee dat hij een haalbaar project in handen heeft. "Door de
totstandkoming van de interne Europese markt is het immers al mogelijk om
met één vergunning in heel Europa te opereren. Maar daarnaast neemt de
netwerktechnologie in die periode een enorme vlucht. Internet groeit en
dat sterkt me in de gedachte dat ik een internationale verzekeraar kan
opzetten. In het traditionele economische model zou dat ondenkbaar zijn
geweest, maar de investeringen voor onder meer infrastructuur en
informatietechnologie kunnen nu ook in andere landen worden benut."
Enorme klus
De dertig onderwerpen die Ligtelijn in eerste instantie aan het papier
toevertrouwt, worden uiteindelijk uitgebreid tot maar liefst honderddertig
issues en subprojecten. Hij is met niks begonnen en maakt er – achteraf
geen geheim dat hij zich gaandeweg het tweeënhalf jaar durende traject
wel eens heeft afgevraagd waar hij in vredesnaam aan was begonnen. "Het
is een ontzettende klus geweest, maar als je een berg beklimt, moet je ook
altijd naar boven kijken en niet naar beneden. Pas als je op de top bent,
kun je dat doen."
Ligtelijn heeft Ineas langs vijf zogenoemde 'in'-lijnen opgericht. De
eerste 'in'-lijn betreft die van de 'in'frastructuur: er moest personeel
komen, kantoren worden ingericht, etc. De tweede 'in' staat voor de 'in'surance
company. Ligtelijn: "We hebben de vergunningsprocedure doorlopen, de
herverzekering geregeld, acceptatiecriteria ontwikkeld, de tarifering en
polisvoorwaarden opgesteld." De derde 'in' slaat terug op het 'In'terrnet:
"We moeten natuurlijk wel in staat zijn om alle transacties via het
net te doen en deze te ondersteunen met allerhande informatie. Dat
betekent testen, testen en nog eens testen." De vierde 'in' staat
voor 'in'ternationalisatie. Ineas is vanaf het allereerste begin op
internationale leest geschoeid en heeft inmiddels medewerkers in zeven
landen die on-line voor de verzekeraar kunnen werken. En de vijfde en
laatste 'in'-lijn tenslotte heeft betrekking op de 'in'novatie. "Wij
denken", aldus Ligtelijn, "dat de tijd rijp is om (een deel van)
het risicobeheer bij de klant neer te leggen. De klant heeft er baat bij
om zijn eigen risico's te beheren. Wij hebben daarom het zogenoemde
PRIMES-proces ontwikkeld, het Personal Risk Management Expert System.
Daarmee kan de klant zijn risico's analyseren, zodat hij zich bewust wordt
van de risico's die hij loopt en vervolgens kan hij besluiten welke hij
wil houden en welke hij wil afdekken. Iemand die zich bewust is van de
risico's kan ook veel beter en gerichter iets aan preventie doen. Daarom
besteden wij ook veel aandacht aan het onderwerp verzekeren en preventie.
Overigens kan een klant, als er een schade is voorgevallen, de voortgang
van het dossier geheel via het web volgen."
Schadeproducten
Zoals gezegd is Ineas deze zomer van start gegaan met relatief eenvoudige
schadeverzekeringen: de Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren (AVP),
auto-, ongevallen- en woonverzekeringen (inboedelen opstalpolissen). In
het najaar worden daar ook reis- en rechtsbijstandverzekeringen aan
toegevoegd. "We hebben heel bewust gekozen voor een 'zachte' start
met echte gezinsproducten die relatief goed bekend zijn bij de consument.
Ik denk dat klanten bij de meer complexe verzekeringen, waaronder
bijvoorbeeld een pensioen- of een levensverzekering, meer behoefte hebben
aan een persoonlijk advies."
Ineas-producten worden louter en alleen via Internet verkocht. Dat
betekent dat de totale dienstverlening van Ineas via de computer
plaatsvindt. Of het nou gaat om productinformatie, acceptatie of
schadeafwikkeling. De traditionele assurantie-adviseur, die van oudshèr
de verzekeringsbedrijfstak kenmerkt, is dus eigenlijk een digitaal
instrument geworden. Ligtelijn ziet daar geen problemen in. "De
toegankelijkheid van de informatie is maximaal: Internet is dag en nacht
bereikbaar. Ander belangrijk element is de interactiviteit: degene die
achter de muis zit, bepaalt het proces en maakt zijn eigen keuzes. Met
één klik zegt hij of zij 'ik ben weg of ik ga verder'. De klant krijgt
bovendien een directe reactie van de computer aan de andere kant."
Zelfwerkzaamheid
De klant speelt bij Ineas dus min of meer zijn eigen
assurantie-adviseur. Hij maakt zijn eigen keuzes en vult zelfs zijn eigen
polis in die hij op zijn eigen printer uitdraait. Vraag die daarbij rijst
is of en zo ja, in hoeverre een assurantietussenpersoon kan worden
vervangen door een computer? "Zo moet je niet redeneren",
repliceert Ligtelijn. "De tussenpersoon wordt niet vervangen en dat
is ook helemaal onze bedoeling niet, maar je kunt wel naast bestaande
distributiekanalen en middelen andere methoden creëren. Ik denk dat
Internet een heel eind kan komen om mensen te helpen bij het maken van een
keuze voor een bepaald product, maar er zullen altijd mensen blijven die
voor directe ondersteuning kiezen."
De 'virtuele' verzekeringsovereenkomst leidt tot een kostenvoordeel,
omdat de klant zelf het werk doet. Die zelfwerkzaamheid komt de kant ten
goede. "Ander element", aldus Ligtelijn, "is dat we
gebruikmaken van de nieuwste technologie, waardoor de efficiency wordt
vergroot. Ook dat levert weer een kostenvoordeel op, want we zitten niet
in grote gebouwen en hebben ook geen dure organisatie. Sterker nog, we
hebben wel eens gekscherend gezegd dat het vooroordeel dat verzekeraars in
grote gebouwen huizen en kleine lettertjes hanteren, bij ons precies is
omgedraaid. De klant kan de letters zo groot maken als hij zelf wil en een
groot gebouw hebben we niet nodig."
Toch worden de kostenvoordelen die het hele proces met zich meebrengt,
niet allemaal vertaald in een lage(re) prijs voor de consument. Ligtelijn:
"We willen niet per se de goedkoopste, maar wel de beste op dit
nieuwe distributiekanaal zijn. Dat lukt alleen als we een concurrerende
premie vragen en een onberispelijke dienstverlening leveren."
Beperkte doelgroep
Vanzelfsprekend is de belangrijkste - en ook enige- doelgroep waar Ineas
zich op richt: de Internetgebruiker. Een beperkte, doelgroep, geeft
Ligtelijn grif toe, maar wel een groep met veel potentieel. "Internet
wordt steeds toegankelijker voor een grotere groep mensen. In het begin
waren het vooral de mensen die makkelijk met computers kunnen omgaan, die
met gebrekkige modems op het net surfden. Inmiddels hoef je maar een
stekker in het stopcontact te steken, je password in te typen en je zit op
Internet. In Nederland is ongeveer twintig procent van de huishoudens
aangesloten op Internet. Ligtelijn: "Als je kijkt naar de
Internetgebruiker in het algemeen, dan kom je op vijftien procent uit,
maar als je je richt op een verdere segmentering van die doelgroep,
bijvoorbeeld tweemaal modaal, dan heeft al meer dan vijftig procent
toegang. Overigens richten wij ons niet op een specifieke groep binnen die
doelgroep van Internetgebruikers. Er is nog maar nauwelijks ervaring
opgedaan met Internet en verzekeren, en bovendien zou het vanuit een
marketingstrategie onverstandig zijn als we ons helemaal vereenzelvigen
met dé Internetgebruiker, want dat profiel verandert met de dag. We
hebben dan ook gekozen voor een flexibele targeting, zodat we tussentijds
steeds kunnen bijsturen en onze eerste ervaringen kunnen verwerken. Als we
morgen ontdekken dat de combinatie Internet en verzekeren vooral onder
vrouwen populair is – meer dan de normale afspiegeling in het
verzekeringsbedrijf – dan kunnen we onze marketing daar direct op
aanpassen."
Af hankelijkheidsfactoren
Het succes van Ineas valt of staat met (de groei van) veel verschillende
factoren, waaronder die van de 'connectrate'. "Als je je echter
bedenkt dat het aantal Internetgebruikers wereldwijd met achttien miljoen
per maand groeit, dan denk ik dat er nog nooit een technologie is geweest
die zich zo snel heeft ontwikkeld. Ten tweede is het gewenningsproces voor
ons belangrijk. Het publiek moet er natuurlijk aan wennen om financiële
transacties via Internet te doen. Nederlanders kunnen sinds enige tijd via
het net bankieren en beleggen en die acceptatiegraad neemt sterk toe.
Daarnaast kunnen wij als nieuwkomer nooit in ons eentje een 'virtuele'
verzekeringsmarkt creëren. We zijn dus met andere woorden ook afhankelijk
van de activiteiten van collegaverzekeraars op Internet."
Ligtelijn is optimistisch gestemd. "De Nederlandse
verzekeringsbedrijfstak heeft de aandacht in de afgelopen jaren op een
aantal andere issues gericht. Denk alleen maar eens aan de problematiek
rondom de ziektekosten, het millenniumprobleem en conversie van de gulden
naar de euro. Bovendien zijn het veelal grote organisaties, die minder
snel kunnen reageren op nieuwe ontwikkelingen, maar uit allerlei
onderzoeken blijkt dat verzekeraars Internet meer en meer zullen gebruiken
in hun informatievoorziening naar de klant toe." Ligtelijn meent
zelfs dat ook het intermediair niet meer om het netwerk heen kan. "De
adviseurs die niet met de (digitale) tijd meegaan, missen straks de boot.
De tussenpersoon moet zich, net als de gehele verzekeringsbedrijfstak, via
Internet presenteren aan de klant en bijvoorbeeld offertes kunnen
uitbrengen. De huidige klant vraagt nu eenmaal om een directe respons."
Wind mee
Vooralsnog lijkt Ineas de wind flink mee te hebben. Het aantal
internetgebruikers neemt snel toe, terwijl ook steeds meer gebruikers hun
financiële transacties via Internet regelen. Volgens Ligtelijn raakt de (internationale)
verzekeringsconsument er steeds meer aan gewend om zelf zijn polissen te
sluiten. "Dat geldt vooral voor het afsluiten van een autoverzekering",
meent hij. In Amerika denkt ruim vijftig procent van alle
Internetgebruikers dat een autoverzekering via het netwerk kan worden
afgesloten. En als je bijvoorbeeld kijkt naar het Verenigd Koninkrijk, dan
wordt daar maar liefst zeventig procent van alle autopolissen via de
telefoon afgesloten; al dan niet door een tussenpersoon. Ik voorspel
hetzelfde voor Internet en verwacht dat het netwerk een geïntegreerd
onderdeel wordt van het transactieproces bij
standaardverzekeringsproducten.
"Dat wil overigens niet zeggen dat straks alles via Internet wordt
afgesloten, maar een klant zal Internet wel meer en meer gebruiken om zich
te informeren. Steeds meer klanten oriënteren zich eerst, onder meer via
het netwerk, op de producten, gaan dan pas (eventueel) een gesprek aan met
een adviseur en komen dus heel anders dan vroeger bij de tussenpersoon aan
tafel."
Dat kan er in de praktijk toe leiden dat Internetgebruikers zich via de
Ineas-site laten informeren over bepaalde producten, vervolgens naar een
adviseur stappen die zijn postje sluit bij een concurrerende verzekeraar?
"Dat kan inderdaad", reageert Ligtelijn. "Maar het werkt
andersom net zo goed. De hoeveelheid beschikbare informatie op Internet
groeit snel en de tegenwoordige klant is niet alleen beter geïnformeerd,
maar ook kritischer. De verzekeringsbedrijfstak wordt steeds transparanter.
Verzekeringsconsumenten kunnen hun huidige premies en voorwaarden heel
makkelijk vergelijken met onze aanbiedingen. Als je daar de kortere
contracttermijnen die nu in de verzekeringsbedrijfstak worden gehanteerd
bij optelt, dan is het logisch dat die transparantie leidt tot meer
mobiliteit. Wellicht kunnen wij daar ons voordeel mee doen."
Verzekeraars op Internet (kader)
Al surfend op Internet blijkt al snel dat vooral de grotere
Nederlandse verzekeraars zich op het netwerk presenteren, maar slechts een
handjevol biedt ook werkelijk producten aan. Zo is OOM Verzekeringen, de
maatschappij voor buitengewone risico's, onlangs gestart met de verkoop
van een (nieuwe) ziekekostenverzekering voor studenten met een
buitenlandstage, die exclusief op Internet wordt aangeboden en afgesloten.
OOM heeft een aparte website ontworpen en geeft zichzelf vijf maanden de
tijd om te zien boe de productie zich ontwikkelt. In deze evaluatie neemt
OOM ook de reactie van het met de maatschappij samenwerkende intermediair
mee.
OOM is daarmee een van de weinige intermediairmaatschappijen die
experimenteert met de distributie van zijn producten. De meeste andere (grotere)
intermediairverzekeraars hebben weliswaar een website waarop veel
informatie is opgeslagen, maar van verkoop van producten is nauwelijks of
geen sprake. Dat laatste geldt overigens ook voor de direct writers en dat
mag op zijn zachtst uitgedrukt opmerkelijk worden genoemd. Deze
maatschappijen boeven immers geen rekening te houden met de traditionele
distributiemethode via het intermediair en kunnen dus min of meer hun
eigen gang gaan. Toch bieden ook zij niet of nauwelijks via Internet
producten aan. Bij een van de grootste direct writers van ons land kan een
reisverzekering en een rechtsbijstandpolis on-line worden afgesloten, maar
de polis wordt later par post nagezonden. En voor de andere producten kan
de consument alleen een offerte via Internet aanvragen. Hebben
verzekeraars last van koudwatervrees of hebben zij, zoals
directievoorzitter Niek Ligtelijn van Ineas oppert de laatste jaren hun
aandacht met name moeten richten op de conversie van de euro, de
millenniumproblematiek en andere meer spoedeisende zaken? Elders in dit
nummer reageert een aantal verzekeraars in De Kwestie op de vraag waarom
de bedrijfstak tot nu toe slechts sporadisch producten via Internet
verkoopt.
