De IT-bijlage van de Financial Times van 7 april 1999 is grotendeels
gewijd aan de veranderingen in de houding van de
verzekeringsmaatschappijen tegenover de informatica en meer bepaald de
nieuwe mogelijkheden die het Internet biedt.
Wat het inforrnaticabeleid in het algemeen betreft, stelt de krant vast
dat de culturen van land tot land verschillen. In het Verenigd Koninkrijk
en Nederland in het bijzonder staan de verzekeraars minder weigerachtig
tegenover het outsourcen van informaticafuncties dan in de rest van
Europa: een keuze waarin het emotionele aspect vaak een grote rol speelt,
merkt een specialist op. Welke de aangewende middelen ook mogen zijn, de
doelstellingen bestaan er telkens in, ten eerste, de kosten te verlagen,
zowel bij de verkoop als bij het beheer van de bestaande portefeuille,
vervolgens de termijn voor het lanceren van nieuwe producten in te korten,
en ten slotte te zoeken naar middelen om niet voorbijgestreefd te worden
door de grote ondernemingen uit dezelfde sector elders. Dit verklaart het
uitgebreide dienstenaanbod van informaticabedrijven om middelgrote
maatschappijen te helpen bij het uitwerken van producten die via grote
distributeurs of andere partners in "affinity marketing" zullen
worden verkocht. Grotere marktspelers zijn, begrijpelijkerwijs, beter in
staat om hun eigen "informaticarevolutie"-beleid te bedenken: de
krant geeft het voorbeeld van Prudential in het Verenigd Koninkrijk dat,
samen met Andersen Consulting, Pru Tech heeft uitgewerkt. De nieuwe
structuur bestaat uit achthonderd medewerkers van de verzekeraar en
honderd vijftig specialisten van Andersen en situeert zich halverwege
tussen de outsourcing en het voortzetten van een informaticabeleid
"van het huis". Aan de hand van een casestudy onderzoekt de
krant de alliantie op lange termijn tussen General Accident en IBM. Deze
laatste is in zekere zin huurder van de Schotse maatschappij geworden en
biedt onderdak aan 276 medewerkers van General Accident, die meewerken aan
de plannen van IBM om diens knowhow ten dienste van de verzekering te
stellen. Het artikel ontwijkt in zijn commentaren noch de gevolgen van de
oprichting van CGU, noch het evolutieve karakter van een alliantie op
lange termijn. De bijlage van de Londense financiële krant verwacht voor
de komende jaren een forse toename van de outsourcingsbegrotingen, maar
betreurt dat de verzekeringssector, in tegenstelling tot vele andere
sectoren waar de bezorgdheid omtrent het jaar 2000 geleid heeft tot een
grondige herziening van de computerprogramma's, de nieuwe programma's
grotendeels geënt heeft op de oude, zonder die van de hand te doen, wat
leidt tot spijtige overlappingen.
Tussen de automatisering in het algemeen en het Internet bekijkt de
Financial Times hoe Prudential of America haar agentennet verder
ontwikkelt door die agenten heel wat van zeer professionele middelen ter
beschikking te stellen in hun contacten met de cliënteel: zakcomputer met
toegang tot alle nuttige gegevens voor het sluiten van een contract en een
samen met IBM opgezette rechtstreekse helplijn die de klok rond bereikbaar
is. Maar Prudential of America weet ook dat 38% van haar gepensioneerde
cliënten op het Net surfen, een bewijs dat hightech en verkopersnetwerk
hand in hand moeten gaan. De Financial Times stelt - nog altijd in de
Verenigde Staten - de forse toename vast van sites waar premies met elkaar
kunnen worden vergeleken. Dergelijke shopping-platformen verwachten van de
verzekeraars dat zij er effectieve en geen indicatieve tarieven meedelen.
InsWeb, bijvoorbeeld, werd al bezocht door 3 miljoen potentiële kopers.
In Europa verwijst de krant naar de ervaringen die alle verwachtingen
overstegen van Lloyd 1885, de rechtstreekse maatschappij opgericht door
RAS, die in Italië werkzaam is en deel uitmaakt van de groep Allianz.
Deze maatschappij verheugt zich over de productiviteit van de verkoop via
Internet, die veel hoger ligt dan bij een "klassiek" callcenter,
waar de verzekeraar de kosten voor de groene lijnen en het ingezette
personeel moet dragen. Op het Internet betaalt de cliënt de kosten van de
transactie zelf en de premies liggen er gemiddeld hoger dan in de verkoop
via telefoon. Deze vaststelling wat het niveau van de gemiddelde premies
betreft, gaat ook op bij Eagle Star Direct, die evenwel opmerkt dat minder
voorstellen aanleiding geven tot een contract. Eagle Star Direct kijkt
overigens nog verder in de toekomst en bereid zich al voor op de verkoop
via interactieve televisie.
Scor confronteert angelsaksische successen en Franse twijfels
Insurance and internet: myth or reality? Onder deze hoofding
organiseerde het Franse Scor op 8 april in Parijs een studiedag met
sprekers uit Frankrijk, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en
Nederland. Alle sprekers waren het erover eens dat het elektronisch
promoten en verkopen van verzekeringen via het net geen modeverschijnsel
betreft maar een revolutie inzake distributie, die zich op korte of
middellange termijn zal toevoegen aan het traditionele distributiepallet
van de verzekeraars op het Europese vasteland. De talrijke deelnemers aan
deze studiedag -waaronder heel wat commerciéle directeurs en webmasters
uit diverse maatschappijen - geraakten onder de indruk van het succes van
bij voorbeeld InsWeb (USA) en Eagle Star Direct (UK). Hun aangewakkerd
internet-enthousiasme werd echter tijdens het afsluitende
rondetafelgesprek gefnuikt door een paar Franse verzekeraars die
emotieloos hun zeer "afwachtende" houding inzake e-commerce
kwamen uitleggen.
Volgens Francis Lorentz, specialist e-commerce van het Franse
Ministerie van Economische Zaken, zijn in Europa nog enkele juridische
gevechten aan de gang, m.b.t. de bescherming van de privacy bij
bestellingen en het bepalen van welke nationale wetgeving van toepassing
moet zijn bij geschillen. Lorentz hoopt dat de Europese instanties de
volgende maanden hun absolute prioriteit verlenen aan het creëren van een
gestandardiseerd betaalsysteern. Europa loopt inzake Internet ver achter
op de States, maar de vertegenwoordiger van de Franse overheid blijft (met
de recente GSM-revolutie in het achterhoofd) optimistisch: die achterstand
kan ingehaald worden.
Voor veel Fransen en Europeanen blijft handel drijven via het net
voorlopig een "ver-van-mijn-bed-show" ondanks het nog
bescheiden, maar dagelijks groeiend aantal internauten (zie
mini-brandpunt). Het ontbreekt de surfers nog aan vertrouwen in het
elektronisch betaalverkeer, meent Daniel Larnotte, directeur bij het
consultingbedrijf ATOS. Ook wanneer technologisch alles OK is, zal het
wantrouwen groot blijven. Pas wanneer de internaut weet dat hij helemaal
niks riskeert - met andere woorden als hij verzekerd is tegen mogelijk
misbruik (naar analogie met de bankkaarten) -zal hij zich op de
elektronische handel storten. Meester Thieffry, advocaat aan de balies van
Parijs en New-York, vindt de kritiek die de Europese ontwerpteksten voor
elektronische financiële diensten vingen uit de hoek van het CEA, onder
meer m.b.t. de voorziene bedenktijd voor de consument, overdreven, maar
niet verbazingwekkend. Hij hekelt ook, maar dan op zeer karikaturale
wijze, de "zware" procedurevoorschriften die de teksten
inhouden: zo moet de maatschappij officieel bevestigen dat ze het
ontvangstbewijs van de verzekeringnemer goed ontvangen heeft.
InsWeb: de consument wil vergelijken
Hussein Enan, voorzitter en mede-eigenaar van InsWeb, ziet de verkoop
van verzekeringsproducten via zijn organisatie wekelijks toenemen. Zijn
website telde maar liefst drie miljoen bezoeken in 1998, in januari 1999
meer dan 13.000 per dag. Elke week komt er 5% bij. Via InsWeb kan de
kandidaat-verzekeringnemer zeer snel vernemen welke
verzekeringsmaatschappij de goedkoopste polis aanbiedt op basis van de
ingevulde gegevens betreffende het te verzekeren risico. Het succes van de
formule schuilt volgens Enan in de voordelen voor beide partijen: de
aanvrager vergelijkt rekent, vraagt bijkomende inlichtingen, beslist,
dadelijk of later, terwijl de maatschappijen die aan het InsWeb-platform
meedoen prospecten krijgen aangereikt zonder dat ze er moeite moeten voor
doen. De nodige technologie samenbrengen om het InsWeb-project te lanceren
was geen kinderspel, herinnert de stichter zich. De programmatie van alle
mogelijkheden polissen, rekening houdend met de verschillende
reglementeringen van 50 Amerikaanse staten was een al even grote
uitdaging. Eerst werden enkel autoverzekeringen aangeboden, maar intussen
kunnen on-line ook woon-, gezondheids- en levensverzekeringen afgesloten
worden. Het hele boeltje technologisch gesmeerd laten lopen, garandeert je
nog geen succes, geeft Enan zijn mogelijke navolgers in Europa mee. Men
moet ook voortdurend zwaar investeren in de vereiste naambekendheid.
Hussein Enan helpt ook een misverstand uit de wereld: InsWeb biedt geen
goedkopere prijzen aan dan deze van de traditionele distributiekanalen.
Dit is in de States – voorlopig- niet toegelaten. Hij verwacht dat de
Amerikaanse toezichthouders, zich hierover binnenkort soepeler zullen
opstellen. Zowat 10% van de InsWeb-bezoekers sluiten een contract on-line.
Velen vergelijken de prijzen via de site en nemen daama rechtstreeks
contact op met de verzekeraar van hun keuze. Enan schat dat nog eens 15%
van de sitebezoekers overgaan tot het sluiten van een nieuw contract. Veel
hangt af van de opvolging die een maatschappij dan geeft aan de
belangstelling van de aanvrager. Ze moeten beseffen dat iemand die InsWeb
consulteerde erg gemotiveerd is. Dit blijkt uit de gemiddelde bezoektijd
aan de site: 25 minuten is veel rekening houdend met het moeilijk
weerlegbare gezegde "it's no fun to buy insurance". Hoeveel de
maatschappijen moeten betalen om via dit collectief distributiekanaal hun
producten te mogen aanbieden, wil de InsWeb-baas niet kwijt.
Eagle Star Direct: met de pc op het werk
Eagle Star Direct geniet in het Verenigd Koninkrijk een
ontegensprekelijk succes omdat het de eerste on-line verzekeraar was op de
markt. Het leverde de initiatiefnemers uit de groep Zurich Financial
Services fortuinen gratis reclame op in de media en reeds 700.000
bezoeken. Andy Stephens ziet enkele paralellen met de resultaten van de
recente Internet-enquete in Frankrijk. De bezoekers van zijn site zijn
mannelijk (80%) en eerder jong (50% tussen 25 en 39 jaar). Zij doen het
liefst business met hun verzekeraar tijdens de middaguren met hun pc op
het werk. Het Internetverkeer kent overigens een piek op maandag,
"insurance day" (na het consumeren van reclame of het smeden van
goede plannen tijdens het weekeinde).
Eagle Star Direct biedt via het net auto-, woon- en reisverzekeringen
aan. 200.000 internauten verzochten de maatschappij al on-line om een
offerte. Het aantal contracten dat dit reeds opleverde blijft gering. Een
autoverzekering on-line afsluiten is wel 10 à 20% goedkoper dan via de
traditionele kanalen.
Stephens merkt op dat Internet minder hoge toegangsdrempels oplegt aan
de verzekeraar dan telesales, maar roept gelijkgezinde maatschappijen op
om de krachten te bundelen en samen één "portal" te openen die
de klant in verbinding stelt met de verschillende aanbieders van het
product dat hij zoekt en hem daartoe de weg wijst (zoals de Bras
Direct-site dat doet voor lingerie).
Stephens wijst er op dat het wantrouwen van het grote publiek ten
overstaan van verzekeraars groot blijkt, ook in de UK. Hij merkt op dat
automerken die via hun dealers ook meer en meer verzekeringen in optie
aanbieden meer vertrouwen genieten bij de consument. Dit moet de
maatschappijen die wat voelen voor e-commerce aanzetten om zo snel
mogelijk deals te sluiten, partners te zoeken, vóór de rechtstreekse
concurrenten het doen.
Ineas: Europese ambities in de startblokken
Nick Ligtelijn kwam het van meet af aan Europees bedoelde
internet-offensief voorstellen dat luistert naar de naam Ineas. Eerstdaags
wordt de corporate site van dit discreet voorbereide project ontsluierd.
In Parijs werd het publiek slechts een korte blik gegund op de - erg
zakelijk gepresenteerde - homepage. Volgende maand wordt dan de
Nederlandse Ineas-versie operationeel. Eind 1999 moeten een Duitse, een
Belgische en begin volgend jaar een Franse zustersite dat voorbeeld
volgen. In elk land heeft Ineas een of meer partners onder de arm genomen.
De speeltijd - de fun - op het net is voorbij argumenteert Ligtelijn. Het
is tijd om zaken te doen, om op efficiente wijze verzekeringen te
verkopen. Huisslogan van Ineas is overigens "It's fun to be
functional". De nieuwe maatschappij wil starten met auto- en
brandverzekeringen. Daarna wordt het pakket uitgebreid met rechtsbijstand
en reizen. Ineas wil geen prijzenbreker zijn, maar een goede
prijs/dienstverlening-verhouding nastreven. De nieuwsgierigheid is groot;
uitkijken wat het wordt.
Ineas zal zijn prijzen meteen al in euro berekenen en de particulieren
bijstaan met advies, onder meer in verband met het effect van een
schade-aangifte op de volgende premies, en met modelbrieven zowel voor de
opzegging van de lopende polis als voor ingebrekestelling.
De rondetafel aan het eind van de studiedag was voor het
pro-Internet-publiek in de zaal een afknapper van formaat. Aan tafel zaten
enkele belangrijke verzekeraars: Macif, Axa en makelaar Gras Savoye. Allen
kijken ze de kat uit de boom en denken ze er hooguit aan de concurrentie
te zullen volgen. Gabriel Bioteau (Macif) ligt helemaal niet wakker van
het Internetgebeuren en waarschuwt voor de overdrijvingen van utopische
bekeerders die doen alsof Internet een wondermiddel is: "Quel va
être le comportement du consommateur, moi je n'en sais rien", zo
relativeerde de "dircom" van een van de leidende
autoverzekeraars. Hij beschouwt een site als een middel om het bestaande
cliënteel te fideliseren, maar plant alvast geen enkele stap in de
richting van on-line verkoop tijdens de volgende twee jaar. Alain Ficheur
(Axa) ziet het net vooral aan als een ondersteunend kanaal voor de
agenten. Potentiële prospecten worden afgeleid naar de agent in hun
regio. Ook voor Luc Malatre (Gras Savoye) is de website niet meer dan een
doorstuurkanaal. Punt uit. Voor de rest is het rustig afwachten. Zowel de
moderator als Niek Ligtelijn met bij voorbeeld de adressen van erkende
garages probeerden de genoemde verzekeraars nog warm te krijgen door nog
eens de voordelen - inzake distributiekosten, verzamelen van informatie
over de klanten en in de toekomst ook inzake schadebeheer - aan te
stippen, maar het mocht niet baten.
Het Net in België: grote maatschappijen laten makelaars niet vallen
Hoewel er al veel wordt over gesproken, is de elektronische verkoop van
verzekeringsproducten in België vrijwel onbestaand, aldus L'Argus van 12
maart jl., die de resultaten voorstelt van zijn Internet-enquete bij een
aantal maatschappijen.
Axa Belgium biedt op haar site cliënten en makelaars de mogelijkheid
om de algemene voorwaarden van haar meest courante contracten te
raadplegen of te downloaden. Royale Belge (die haar homepage al in de
kleuren van Axa heeft gestopt) beschikt over een uitgebreid netwerk van
makelaars en is niet van plan om dit distributiekanaal op korte termijn te
vervangen door de elektronische verkoop. Bij Thilly van Eessel klinkt het
niet anders; het makelaarskantoor vraagt zich af hoe Internet de waaier
aan diensten kan aanbieden die de makelaars vandaag aan hun cliënteel
voorstellen.
De Federale Verzekeringen zijn pioniers op het vlak van Intranet,
schrijft L'Argus. Naast de site voor het grote publiek, heeft de
verzekeraar een privé-site voor haar cliënten, die via een paswoord hun
portefeuille kunnen raadplegen. Generali heeft een gelijkaardige Intranet
opgezet: voor haar makelaars.
Lydie De Prins van de juridische dienst van de BVVO merkt in het
tijdschrift op dat het gebrek aan veiligheid de elektronische verkoop van
verzekeringsproducten afremt. De maatschappijen zijn zich weliswaar bewust
van het belang van dit instrument, maar concentreren zich momenteel op de
euro en de overgang naar het jaar 2000.